Hondenschool KV PONDEROZA vzw

KKUSH Nr. 724

Gaversesteenweg 313 D

9820 Merelbeke

Gsm : 0473/13 21 04

HET SOCIAAL GEDRAG VAN DE HOND:

Waarvoor dient het?

Je verwacht van je hond natuurlijk dat hij zich in alle omstandigheden rustig en beschaafd gedraagt. Hij mag op straat, kinderen of volwassenen niet agressief tegemoet rennen of blaffend achterna hollen. Hij moet zich ook rustig gedragen in het bijzijn van andere honden, groot of klein.

Dit is niet zo vanzelfsprekend als je wel denkt. Daarom is het dus absoluut nodig de hond van jongsaf aan alle mogelijke situaties te laten wennen.

Hoe dit aanleren?

Door het feit dat er in een hondenschool in groepsverband geoefend wordt krijgt je hond tijdens elke les, maar ook voor en na de lesuren, uitvoerig de gelegenheid met andere mensen en met andere honden van allerhande rassen in contact te komen. Is je hond bijzonder dominant of zelfs enigszins agressief, dan zal de instructeur tijdens de lesuren oefeningen voorzien die het nauwe contact tussen de honden uitlokken, zodat je regelmatig de gelegenheid krijgt je hond te berispen of te verbeteren. Dit gebeurt uiteraard op een zeer voorzichtige en geleidelijke manier. Je hond moet met vreemden zonder overdreven vriendelijkheid, maar ook zonder agressiviteit kunnen omgaan.

Welk bevel gebruiken?

Wanneer de hond neutraal reageert, moet je hem uitbundig prijzen. Is hij agressief, straf hem dan met een flinke ruk aan de lijn en geef tegelijkertijd met luide en boze stem het bevel "foei", "neen" of "mag niet". Is je hond echter eerder angstig, spreek hem dan geruststellend toe.

VOLGEN AAN DE LIJN

Waarvoor dient het?

Niets is minder prettig als te wandelen met een hond, die je in alle richtingen sleurt. Je moet je hond dus aanleren, dat hij in alle omstandigheden, richtings- of snelheidsveranderingen, zijn geleider moet volgen en niet omgekeerd. Het hoofd van de hond moet hierbij steeds ter hoogte van uw linker knie blijven. De lijn mag niet gestrekt zijn. De hond mag zich nooit meer als 0,5 m. van je been verwijderen.

Hoe dit aanleren?

Naam van de hond en "volg" als bevel gebruiken. Wandelen met de hond aan een lijn van minstens 1,5 m. Zolang de hond tegen je linkerbeen blijft lopen, beloon je hem door hem vriendelijk toe te spreken en aan te moedigen. Wanneer de hond echter trekt of zich meer dan een halve meter van je been verwijdert, verbeter je hem met een korte maar stevige ruk aan de lijn. Een opwaartse ruk wanneer de hond snuffelt. Een zijwaartse ruk wanneer de hond van je weggaat. Het volgen aan de lijn vormt een van de basisoefeningen bij de opleiding van een hond.

Welke bevelen gebruiken?

"Volg" bij het vertrekken, het veranderen van richting of wanneer de hond achter je aan loopt.

"Dicht" of "achter" als de hond zich te ver van je verwijdert. "foei" of "neen" als hij snuffelt of iets vuil opraapt.

VOLGEN ZONDER LIJN

Waarvoor dient het?

Zelfde bedoeling als vorige oefening. De hond en de geleider hebben nu meer bewegingsvrijheid, maar de hond blijft desondanks steeds onder controle en moet elke beweging van zijn geleider volgen.

Hoe dit aanleren?

Deze oefening vloeit vanzelfsprekend voort uit de vorige. Wanneer de hond goed volgt aan de lijn, zal hij ook goed volgen zonder lijn. Deze oefening kan enkel geprobeerd worden met een hond die, op bevel, zonder aarzelen terugkomt. Probeer nooit de hond te doen volgen zonder lijn indien hij dit nog niet goed doet met lijn.

Welke bevelen gebruiken?

Alvorens met deze oefening te beginnen vraag je de aandacht van je hond door hem aan te spreken en zonodig bij de hals te aaien. Bij het vertrek geef je het bevel "naam van de hond" en "volg". "Dicht" of "achter" gebruik je als de hond zich te ver van je verwijdert. "Foei" of "neen" als hij snuffelt of iets vuil opraapt.

ZITTEN AAN DE VOET

Waarvoor dient het?

Wanneer je tijdens het volgen blijft staan, is het nuttig dat de hond rustig naast je gaat zitten en op het volgende bevel wacht. De hond plaatst zich, in zithouding, naast je linkerbeen en evenwijdig met je linkervoet.

Hoe dit aanleren?

Wij geven het bevel "voet" en drukken met de linkerhand op de achterhand van de hond. Met de rechterhand trekken we tegelijk de lijn omhoog. Zodra de hond gaat zitten wordt hij in deze houding beloond. Indien de hond opnieuw opstaat moet dit zonder aarzelen gecorrigeerd worden. Laat een hond, bij het zitten aan de voet niet tegen je aanleunen!

Welk bevel gebruiken?

Hier wordt enkel het bevel "voet " gebruikt.

ZITTEN OP AFSTAND

Waarvoor dient het?

Het is soms nodig de hond ergens op een bepaalde afstand van je te laten zitten. Zelfs wanneer je weggaat moet de hond ter plaatse blijven en op je wachten, zonder zich door iets te laten afleiden.

Hoe dit aanleren?

Dezelfde methode gebruiken als bij zitten aan de voet.

Welke bevelen gebruiken?

Naam van de hond en "zit" Indien de hond niet blijft zitten kun je het hulpbevel "blijf" gebruiken.

AF (LIGGEN)

Waarvoor dient het?

De hond moet op bevel gaan liggen, hetzij naast je, hetzij op een door u aangeduide plaats.

Hou dit aanleren?

Je vertrekt vanuit de zithouding. Hef de beide voorpoten van de hond lichtjes op en trek die vooruit. Tegelijk kun je de hond lichtjes omlaag duwen zodat hij gaat liggen. De borst en de ellebogen moeten de grond raken.

(Opgelet !! Nooit op de rug van de hond drukken).

Welke bevelen gebruiken?

Naam van de hond en "af". Wanneer de hond niet blijft liggen gebruik dan het hulpbevel "blijf".

RECHT OF STAAN

Waarvoor dient het?

Het kan soms nuttig zijn je hond te bevelen op een bepaalde plaats te blijven staan, bv; indien er modder of vuil op de grond ligt, wens je meestal niet dat je hond hierin gaat zitten of liggen. De hond moet op de aangeduide plaats blijven staan, zelfs wanneer je weggaat.

Hoe dit aanleren?

Je vertrekt best vanuit de zithouding. Je geeft het bevel "recht" of "sta" en maakt een stap voorwaarts. De hond zal meestal onmiddellijk rechtkomen om te volgen. Indien niet, kun je helpen door een hand onder de buik te houden. In het begin zul je de hond bij deze houding dikwijls moeten helpen. Wees dus niet te streng en beloon zoveel mogelijk door de hond op de flanken te strelen. Indien de hond aanstalten maakt om terug te gaan zitten kun je dat verhinderen door de hand of de punt van je voet onder zijn buik te houden.

Welke bevelen gebruiken?

Naam van de hond en "recht" of "sta". Als hulpbevel kun je tevens "wacht" gebruiken.

TER PLAATSE BLIJVEN

Waarvoor dient het?

Het is soms nuttig je hond voor enige ogenblikken op een bepaalde plaats te kunnen achterlaten. Hij moet dan blijven in de houding, die je hem hebt aangeduid. (Zit, recht of af).

Hoe dit aanleren?

Het is meestal eenvoudiger te starten met de lighouding. Werk steeds met de hond aangelijnd, op deze wijze kun je de fouten van het dier gemakkelijk verbeteren. Overdrijf, vooral in het begin, niet in duur en afstand ! Bouw de moeilijkheidsgraad van deze oefening zéér langzaam op. Vergeet niet de hond veel aan te moedigen. Ga bij het achterlaten van de hond steeds terug om hem op te halen. Roep hem nooit op !

Welke bevelen gebruiken?

Naam van de hond en "af" en "blijf".

"Blijf" is hier een hulpbevel dat, naargelang de vorderingen van de hond stilaan weggelaten kan worden.

HET VOORSTELLEN VAN DE HOND

Waarvoor dient het?

Ga je met je hond naar een veearts of naar een tentoonstelling? Dan kan het zijn dat je de tanden van de hond moet laten zien, in zijn muil moet laten kijken of hem moet laten aanraken door een vreemde persoon. Dit alles moet de hond zich laten welgevallen zonder agressieve reacties. De oefening bestaat erin de tanden van de hond achtereenvolgens links, rechts en vooraan te ontbloten. Daarna wordt de hond in staande houding door de instructeur betast.

Hoe dit aanleren?

Voor deze oefening is het belangrijk dat je hond je volledig vertrouwt. Terwijl je de hond geruststellend toespreekt, licht je zijn lippen op om de tanden te ontbloten. Eerst links, daarna rechts en tenslotte vooraan. Daarna geef je het bevel "sta " zodat de instructeur de hond kan aanraken. Wanneer de hond zich alles laat welgevallen moet je hem goed prijzen. Is de hond zenuwachtig of zelfs agressief, dan moet je snel verbeteren. Wees in het begin bij jonge honden niet al te streng en vooral nooit te hardhandig !

Welke bevelen gebruiken?

Voor het tonen van de tanden is geen bevel nodig, om de hond daarna in staande houding te brengen gebruik je het bevel "recht" of "sta".

HET TERUGBRENGEN VAN EEN VOORWERP (APPORTEREN)

Waarvoor dient het?

Deze oefening is in feite een spel tussen geleider en hond. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het natuurlijk instinct van de hond om zijn prooi in de muil mee te nemen naar zijn nest.

Hoe dit aanleren?

De beste methode is dit van jongsaf, al spelende te leren. Begin hiermee zo vroeg mogelijk. Hierbij is het belangrijk dat de hond voor een bepaald voorwerp interesse krijgt.

Al spelende, zul je de hond eerst leren het voorwerp vast te houden. Ga nu enkele passen achteruit en laat de hond je volgen. Hou echter je hand onder zijn muil, zodat hij het voorwerp onder geen beding kan laten vallen. Zodoende leer je de hond het voorwerp te dragen. Gooi het voorwerp niet weg vooraleer de hond het kan vasthouden, dragen en teruggeven. Werk bij deze oefening al spelende. Hou je hond echter aangelijnd om fouten onmiddellijk te kunnen verbeteren. Gebruik bij deze oefening nooit de stropketting. Zet de ketting uit strop of vervang ze door een lederen halsband. In het geweld van het spelen kan het steeds gebeuren dat je, ongewild een ruk aan de lijn geeft. Een dergelijke ruk zou door de hond kunnen geïnterpreteerd worden als een verbod, zodat hij het voorwerp laat vallen en later niet meer wil oprapen.

Welke bevelen gebruiken?

"Breng" of "apport" zijn de meest aangewezen bevelen. In het begin moet men de hond natuurlijk ook aanmoedigen en lokken met een enthousiaste stem. Het apporteervoorwerp wordt steeds aan de hond aangeboden met het bevel "vast" en teruggenomen met het bevel "los".

HET TERUGROEPEN VAN DE HOND

Waarvoor dient het?

Het is van het grootste belang je hond steeds onder controle te hebben. Daardoor is het essentieel dat hij ook steeds komt wanneer je hem roept.

Hoe dit aanleren?

Werk in het begin steeds met een lange lijn, vooral wanneer je alleen bent op een niet gesloten terrein. Doe enkele passen en geef het bevel "zit". Zodra de hond zit, vertrek je met je rechterbeen eerst terwijl je het bijbevel "wacht" geeft. In het begin is het voldoende één of twee passen van de hond te verwijderen. Je kunt eventueel zelfs achteruitgaan. Laat de hond even zitten en tel langzaam tot vijf. Indien je onmiddellijk oproept als je je omdraait loop je het gevaar dat de hond later niet op het bevel zal wachten en steeds komen van zodra je stilstaat.

Roep de hond op door middel van zijn naam gevolgd door "kom hier". Indien hij niet komt blijf je lokken terwijl je met de lijn de hond langzaam naar je toe haalt. Ga nooit achter de hond aan als hij van je weggaat. Als de hond bij je is beloon je hem uitbundig. Lijn hem daarna niet onmiddellijk aan of sluit hem niet op, maar speel met hem, zodat hij komen associeert met iets prettigs. Bouw tijdens de dagelijkse oefeningen de afstand en de duurtijd tussen jezelf en de hond geleidelijk op.

Welke bevelen gebruiken?

Gebruik steeds het bevel "wacht" om je hond achter te laten (niet verwarren met "blijf" dat gebruikt wordt wanneer men de hond achterlaat met de bedoeling hem nadien zelf op te halen).

Gebruik "kom hier" om de hond naar u toe te roepen